Toelichting vierwielige trekkers

Checklist voor de dagelijkse praktijk

  • Werk volgens de instructies en de afspraken die zijn gemaakt in het bedrijf.
  • Zorg voor goed onderhoud. Controleer voor gebruik de vloeistofniveaus, wielbouten en -moeren, de aftakasbescherming en andere veiligheidsvoorzieningen.
  • Zorg voor goed zicht, dus schone ramen.
  • Leg geen voorwerpen los in de cabine
  • Werk niet met loszittende kleding, lange loshangende haren, etc.
  • Bij storingen: schakel de trekker uit.
  • Gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. 

 

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding 

  • Zorg voor toezicht op een veilige uitvoering van het werk.  
  • Bepaal bij werken op taluds of hellingen vooraf welke techniek het beste ingezet kan worden.
  • Houd bij modder de weg schoon. Zet bij ernstige vervuiling waarschuwingsborden neer. Waarschuw tijdig de wegbeheerder en neem passende maatregelen.
  • Pas de rijsnelheid aan de omstandigheden aan. Zowel in het terrein als op de weg. Denk daarbij vooral aan kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers.
  • Gebruik bij het aankoppelen van een aftakasaangedreven werktuig een tussenas van de juiste lengte. Dit voorkomt beschadiging van de afscherming en de koppelingen van de af taktussenas. 

 

Gereedschap, machines en apparaten

  • Laat de trekker periodiek keuren door een deskundige.
  • Raadpleeg eventueel de leverancier.
  • Zorg voor periodiek onderhoud aan trillingsdempende rubbers van de machine.
  • Zorg voor goede verlichting en goed zicht. Maak ramen en spiegels tijdig schoon.
  • Monteer eventueel extra spiegels of gebruik een camera met monitor.
  • Zorg dat de trekker goed gezien wordt. Denk aan goed zichtbare verlichting en schone reflectoren.
  • Rust de trekker (en het werktuig) eventueel uit met een bleeper (een automatisch akoestisch signaal dat in werking treedt als het voertuig in zijn achteruit wordt gezet). Let op: het effect is beperkt; de chauffeur kan niet waarnemen of het signaal wordt opgemerkt.
  • Schakel bij storingen machine altijd uit.

 

Opleiding en instructie 

  • Zorg voor de juiste opleiding voor trekkerwerk in het bos en op de weg.

  • Zorg voor een instructie over:

    • de gevaren voor de bestuurder en de personen in de omgeving van de (rijdende) trekker met machineveiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen
    • niet toegestane handelingen
    • onderhoud en hoe te handelen bij verstoppingen, storingen of schade.
    • het instellen van de stoel.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen 

  • Beoordeel steeds welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn en zorg dat deze beschikbaar zijn.
    Gebruik indien nodig:

    • Gehoorbescherming bij meer dan 80 dB(A).
    • Draag veiligheidsschoeisel met stroeve zolen.
    • Draag passende werkhandschoenen.
    • Draag oog- of gelaatsbescherming bij opspattend materiaal.
    • Draag signaalkleding bij werken in de openbare ruimte.
    • Reinig persoonlijke beschermingsmiddelen tijdig.
    • Vervang defecte of verouderde persoonlijke beschermingsmiddelen.
    • Bespreek met uw leidinggevende als een persoonlijk beschermingsmiddel niet comfortabel zit.

Wat u verder nog moet weten:

  • Bij het verlaten van de trekker:

    • Zet de motor af.
    • Schakel de bedrijfsrem aan.
    • Verwijder de contactsleutel.
    • Spring niet van de machine, gebruik de treden.
  • Laat een trekker niet in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn zeer schadelijk voor de gezondheid.
  • Zorg voor een passende stoel voor de bestuurder en machine.

Meer informatie 

  • Kijk op Aftaktussenas in de arbocatalogus voor Hoveniers en groenvoorzieners.