Bosmaaier (Veiligheid)

Checklist dagelijkse praktijk

  • Houd rekening met collega's, omstanders, verkeer, objecten en bebouwing. Binnen een straal van 15 meter mogen zich geen andere personen bevinden. 
  • Bevinden zich personen binnen een straal van 15 meter, zorg dan voor aanvullende maatregelen. Scherm het wegslingerend materiaal af of zorg dat het materiaal niet richting de personen slingert.
  • Loop bij het maaien van de randen van een veld altijd tegen de klok in. Dan komt het materiaal op het veld terecht en niet bij de weggebruiker. Dit zorgt ook voor kwalitatief beter maaiwerk.
  • Hef storingen pas op als de machine is uitgeschakeld, volledig stilstaat en is uitgedraaid.
  • Gebruik een gevaarlijke machine niet meer. Meld het aan de leidinggevende.
  • Trilt de bosmaaier meer dan normaal: controleer het maaigarnituur.
  • Laat de bosmaaier niet onnodig stationair draaien, stop de machine.

Werken met een bosmaaier kan gevaarlijk zijn. Denk aan contact met draaiende delen en wegslingerend materiaal. Andere gevaren zijn: lawaai en trillingen, lichamelijke belasting, uitlaatgassen en blootstelling aan biologische stoffen en stof van steen, zand, etc..

Voor lichamelijke belasting en de bosmaaier, ga naar Bosmaaier (lichamelijke belasting)

Wat is de gewenste situatie?(De norm)

  • De werkplek is zo veilig en gezond mogelijk.
  • De bosmaaier wordt conform de gebruikshandleiding gebruikt en onderhouden.
  • De medewerkers zijn voldoende deskundig en genstrueerd.
  • De leiding houdt toezicht op de naleving van gemaakte afspraken.


Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?

  • Overweeg een alternatieve maaimethode.
  • Werk met een goed onderhouden machine, conform de gebruikshandleiding.
  • Zorg dat medewerkers deskundig zijn en bekend met de gevaren.
  • Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Overweeg een alternatief voor de inzet van handgereedschap, bijvoorbeeld:
  • Stel bij aanschaf hoge eisen aan ergonomie en trillingsdemping. Bespreek de norm waaraan een nieuwe machine moet voldoen.
  • Beoordeel vooraf de gevaren van het werk en de omgeving waar het uitgevoerd moet worden. Controleer te maaien objecten op stenen, ijzer en glas.
    Denk ook aan grondnesten van bijv. de eikenprocessierups of wespen.
  • Houd toezicht op werkafspraken en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Raadpleeg Veilig werken langs de weg bij werkzaamheden langs de openbare weg.

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg dat het gereedschap geschikt is voor het werk. Stem het maaigarnituur (draadmaaier, slagmes of zaagblad) af op het materiaal dat gemaaid moet worden. Gebruik voor licht werk een lichte machine.
  • Zorg voor veilig gereedschap: goed uitgebalanceerd, voldoende capaciteit, goed onderhouden en gekeurd, weinig storingen, scherpe en correct geslepen messen.
  • Stel de machine zo af dat het maaigarnituur stil staat bij stationair toerental.
  • Zorg dat het maaigarnituur is voorzien van een passende beschermkap.
  • Zorg dat de maaikop uitgebalanceerd en schoon is.
  • Zorg voor periodiek onderhoud aan de trillingsdempende rubbers van de machine.
  • Zorg voor een ergonomisch en goed af te stellen draagstel.

Opleiding en instructie

  • Zorg voor medewerkers, die opgeleid zijn en kennis hebben van het uit te voeren werk.
  • Geef de medewerkers een duidelijke werkinstructie.
  • Zorg dat de gebruikshandleiding van het apparaat bekend is bij betrokkenen.
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen met bosmaaiers die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor beschermingsmiddelen waar goed mee gewerkt kan worden en maak afspraken over verplicht gebruik van:
    • veiligheidsschoenen met goede grip op de ondergrond
    • soepel zittende werkhandschoenen, bij voorkeur van leer
    • een veiligheidsbril eventueel in combinatie met een gelaatscherm 
    • gehoorbescherming bij voorkeur otoplastieken (zie ook bijlage 1 van Geluid)
    • signaalkleding als je gezien moet worden
    • beenbescherming d.m.v. stevige werkkleding of een veiligheidsbroek
  • Zorg indien van toepassing voor:
    • regenkleding, die soepel zit
    • stofmasker
  • Zitten persoonlijke beschermingsmiddelen niet comfortabel, zijn ze verouderd of defect: bespreek het met de leidinggevende.

Meer informatie

 

Checklist dagelijkse praktijk

  • Houd rekening met collega's, omstanders, verkeer, objecten en bebouwing. Binnen een straal van 15 meter mogen zich geen andere personen bevinden. 
  • Bevinden zich personen binnen een straal van 15 meter, zorg dan voor aanvullende maatregelen. Scherm het wegslingerend materiaal af of zorg dat het materiaal niet richting de personen slingert.
  • Loop bij het maaien van de randen van een veld altijd tegen de klok in. Dan komt het materiaal op het veld terecht en niet bij de weggebruiker. Dit zorgt ook voor kwalitatief beter maaiwerk.
  • Hef storingen pas op als de machine is uitgeschakeld, volledig stilstaat en is uitgedraaid.
  • Gebruik een gevaarlijke machine niet meer. Meld het aan de leidinggevende.
  • Trilt de bosmaaier meer dan normaal: controleer het maaigarnituur.
  • Laat de bosmaaier niet onnodig stationair draaien, stop de machine.