Bijlage 3 - Deskundig toezicht
Wat wordt verstaan onder deskundig toezicht?
Het wordt van groot belang geacht dat jeugdigen een plaats in het arbeidsproces kunnen verwerven. Daarom zijn er zo weinig mogelijk wettelijke barrières opgeworpen, zeker voor jongeren tussen 16 en 18 jaar. Daar waar mogelijk kunnen jongeren worden ingezet, als deskundig toezicht de eventuele gevaren die de betreffende arbeid met zich brengt voldoende ondervangt. Dit biedt de mogelijkheid om jeugdige werknemers deel te laten nemen aan het arbeidsproces en zich, ter ondersteuning van hun ontwikkeling, de nodige vaardigheden en verantwoordelijkheden eigen te laten maken. Zo wordt tevens voorkomen dat deze werknemers, bij het bereiken van de achttienjarige leeftijd, onvoorbereid arbeid gaan verrichten en daarmee door het gemis aan ervaring een potentiële risicogroep blijven.
Deskundig toezicht is daarmee een sleutelbegrip geworden bij de bescherming van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van jeugdige werknemers. Een aantal risicovolle werkzaamheden zijn verboden. De overige mogen door jeugdige werknemers worden verricht, maar alleen als het deskundig toezicht zo is georganiseerd dat de gevaren, die op grond van de in art. 4, eerste lid, Arbo-wet voorgeschreven risico-inventarisatie en evaluatie aan die werkzaamheden zijn verbonden, voor jeugdige werknemers, worden voorkomen. Dit betekent dat die werkzaamheden voor jeugdige werknemers verboden zijn, waarbij het niet mogelijk is het deskundig toezicht zodanig te organiseren dat de uit de inventarisatie en evaluatie gebleken gevaren voor die jeugdigen worden voorkomen.
De mate van toezicht is ook afhankelijk van de leeftijd van de jeugdige werknemer. Naarmate een jeugdige werknemer jonger is zal het deskundig toezicht intensiever moeten zijn. Zonder daarbij een exacte leeftijd te kunnen en willen aangeven, zal het deskundig toezicht op enig moment zo intensief zijn (permanente controle en begeleiding), dat in feite geen sprake meer is van het zelfstandig verrichten van werkzaamheden door de betreffende jeugdige werknemer. Dan is het zelfstandig verrichten van de werkzaamheden feitelijk verboden.
Omdat er vele verschillende werksituaties denkbaar zijn is het niet mogelijk een volledige uitwerking te geven van het begrip adequaat deskundig toezicht.
De Nota van Toelichting bij het Arbobesluit geeft echter wel enkele algemene richtlijnen. Essentieel is bijvoorbeeld dat:
- De toezichthouder de mogelijkheid heeft om bij de samenstelling en toewijzing van de onderscheiden taken rekening te houden met de persoonlijke eigenschappen van de jeugdige persoon;
- Hij zich ervan vergewist dat gepaste voorlichting en onderricht is gegeven als bedoeld in artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, alvorens een jeugdige te werk wordt gesteld. In deze voorlichting en dit onderricht moeten uiteraard de bijzondere risico's voor de veiligheid en gezondheid van jeugdige werknemers aan de orde komen;
- Hij zich ervan vergewist dat de nodige beschermingsmiddelen aanwezig zijn en dat deze op de juiste manier door de jeugdige werknemer worden gebruikt of toegepast;
- Hij aanwezig is in de nabijheid van de werkplek dan wel direct oproepbaar is;
- Hij regelmatig de werkplek beoordeelt en verifieert of de gegeven voorlichting en introductie voldoende bij de jeugdige werknemer is overgekomen, en zo nodig zorg draagt voor hernieuwde voorlichting en onderricht, al dan niet in aangepaste vorm;
- Hij kan ingrijpen in het productieproces zowel ten behoeve van de jeugdige zelf, als daar waar het kan gaan om de veiligheid van andere werknemers.
(Bron Nota van Toelichting bij het Arbeidsomstandighedenbesluit)

