Onkruidbestrijding en gewasbescherming
Checklist dagelijkse praktijk
- Werk alleen met de middelen als je er voor opgeleid bent.
- Lees eerst de veiligheidsaanbevelingen op het etiket en volg de aanwijzingen op.
- Voorkom contact met het middel of de nevel.
- Spuit niet als er collega’s onbeschermd in de buurt werken.
- Gebruik een grove druppel bij de spuitlans.
- Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Niet roken, eten of drinken tijdens het werk.
- Maak altijd direct na gebruik de beschermingsmiddelen (handschoenen, e.d.) schoon en
- Zet de schone beschermingsmiddelen in een kast, maar nooit bij de bestrijdingsmiddelen.
- Berg chemische middelen op, altijd veilig achter slot en grendel.
- Was de handen vòòr elke pauze, vòòr elke gang naar het toilet en na het werk.
- Weet je iets niet, heb je vragen, maak je je zorgen: vraag het aan je werkgever.
- Zie voor meer praktische tips en informatie www.beschermbewust.nl
Blootstelling aan onkruidbestrijdingsmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen en biociden kan leiden tot gezondheidsklachten. Blootstelling kan voorkomen bij: doseren en laden, toepassen en contact met producten en objecten die behandeld zijn of apparatuur en beschermingsmiddelen die vervuild zijn (bijvoorbeeld het schoonmaken ervan). Het is daarom van belang om de juiste en minst schadelijk stoffen te gebruiken, een veilige techniek te gebruiken, persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken en hygiënisch te werken.
Voor interieurbeplanters die middelen toepassen bij planten in opkweek of opslag, geldt de arbocatalogus glastuinbouw.
Wat is de gewenste situatie? (De norm)
- Medewerkers lopen geen gezondheidsschade op bij het werken met onkruidbestrijding- en gewasbeschermingsmiddelen.
Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?
- Vermijd of beperk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door niet-chemische methoden.
- Als dat niet kan, gebruik de minst schadelijke stof en alleen middelen die in Nederland zijn toegelaten.
- Voorkom blootstelling aan de chemische stof door een veilige techniek.
- Beperk de blootstelling aan de stof door persoonlijke bescherming.
- Zorg voor een goede overzichtelijke opslag.
- De medewerker is in het bezit van een geldige spuitlicentie (bewijs van vakbekwaamheid) en zijn deskundig voor de betreffende werkzaamheden.
- Zorg voor mondelinge instructie over veilig en gezond werken.
Toelichting op de maatregelen
In Nederland geldt een wettelijk regime voor bestrijdingsmiddelen. Het College voor de Toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden beoordeelt welke middelen wel en niet toegelaten zijn (www.ctgb.nl). Gebruik van deze middelen is alleen toegestaan als de veiligheidsvoorschriften, die op de verpakking staan, worden aangehouden.
Ook de CAO bevat specifieke bepalingen over het werken met gewasbeschermingsmiddelen:
- Als sprake is van gezondheidsklachten bij het werken met gewasbeschermingsmiddelen of vragen over gezondheidsrisico’s kan men terecht bij het preventiespreekuur van Stigas.
- Werknemers die regelmatig spuitwerkzaamheden verrichten met giftige stoffen kunnen maximaal twee maal per jaar door middel van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek laten vaststellen of zij deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen verrichten.
- Zie voor meer praktische tips en informatie www.beschermbewust.nl
Voorbereiding spuitwerkzaamheden
Om veilig te werken met gewasbeschermingsmiddelen zijn de volgende maatregelen van belang:
- Vermijd of beperk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door het gebruik van niet-chemische methoden, zoals mechanische bestrijding (borstelen, schoffelen, frezen, e.d), branden, stomen, heet water, ander beplantingsplan, enz.
- Maak een beplantingsplan waarbij zo weinig mogelijk chemische bestrijdingsmiddelen ingezet hoeven te worden of gebruik methoden waarmee gecontroleerd en selectief een kleine hoeveelheid van het middel kan worden aangebracht.
- Wees altijd kritisch bij de inkoop van gewasbeschermingsmiddelen. Neem die middelen die het minst schadelijk zijn voor de gezondheid. Zie voor meer informatie over verschillende stoffen www.fytostat.nl
- Let op de vorm en op de verpakking. Gebruik liever een vloeistof dan een poeder.
- Beoordeel van tevoren zorgvuldig wie van de medewerkers voldoende deskundig is om de spuitwerkzaamheden te verrichten.
- Gebruik een spuittechniek waarbij de kans op blootstelling het kleinst is, bijvoorbeeld emissie-arme spuitnozzle gebruiken spuitdruk verlagen, onkruid bestrijken,of selectspraymethode inzetten
- Bereken zo nauwkeurig mogelijk de hoeveelheid spuitvloeistof zodat er na gebruik geen restvloeistof over blijft.
- Zorg tijdens het klaarmaken van het middel en het vullen van de apparatuur voor een goede afvoer van dampen. Voorkom spatten, morsen en stuiven (zie voor tips ook www.beschermbewust.nl).
- Zorg voor een goede plaats om de chemische middelen op te bergen. Berg ze altijd veilig achter slot en grendel op (in een afgesloten, geventileerde kast of schuur) en houd ze uit de buurt van kinderen.
- Zorg voor duidelijke afspraken (bijv. sleutelprocedure) over toegang tot de kast of schuur waar de middelen staan opgeslagen. Zo hebben onbevoegden geen toegang tot de middelen.
- Ruim de kast periodiek op en kijk welke middelen nog gebruikt kunnen / mogen worden.
- Zorg dat iedereen op het bedrijf op de hoogte is van de risico’s van het werken met chemische middelen en welke maatregelen er gelden om risico’s te beperken. Ook al heeft men een spuitlicentie, dan moet er ook regelmatig een mondelinge instructie gegeven worden.
- Welke PBM gebruikt moeten worden vindt u op het etiket of op: http://www.gewasbescherming.nl/site/keuzetabel_openteelt/index.html
Blootstelling tijdens en na spuitwerkzaamheden beperken
- Voorkom contact met de spuitnevel.
- Gebruik een spuitdop of spuitmond die zo weinig mogelijk drift veroorzaakt. Ook met een spuitkap kan drift beperkt worden.
- Controleer regelmatig de afstelling en onderhoudsstaat van de spuitapparatuur.
- Bij storing en onderhoud contact met vervuilde delen van de apparatuur voorkomen. Reinig eerst de machine of gebruik beschermingsmiddelen
- Voor onderhoud en vervanging van het cabinefilter raadpleeg de gebruikshandleiding of de leverancier.
- Voer de spuitwerkzaamheden bij voorkeur uit als er geen mensen in de buurt zijn.
- Houd tijdens het spuiten rekening met de windrichting.
- Zorg dat de spuitapparatuur na de spuitwerkzaamheden goed wordt schoongemaakt.
Opleiding en instructie
- Medewerkers die spuitwerkzaamheden verrichten behoren in het bezit te zijn van een spuitlicentie (zie ook www.erkenningen.nl ) en worden van tevoren goed geïnstrueerd over de werkzaamheden.
- Geef deze medewerkers alle noodzakelijke informatie, zodat zij zichzelf kunnen informeren over de veiligheidsaanbevelingen op etiket en eventueel veiligheidsinformatie (zie hiervoor ook www.fytostat.nl)
- Zorg er voor dat medewerkers weten wat ze te doen staat als ze tóch in aanraking komen met de middelen (zoals het losschieten van een slang, windvlagen uit de verkeerde hoek e.d.). Zorg dat ze tijdens het werk die (EHBO-)middelen hebben die ze nodig hebben om de gezondheidsschade te beperken.
- Zorg dat iedereen op het bedrijf op de hoogte is van de risico’s van het werken met chemische middelen en welke maatregelen er gelden om risico’s te beperken. Ook al heeft men een spuitlicentie, dan moet er ook regelmatig een mondelinge instructie gegeven worden.
- Geef voorlichting en instructie in een taal, die medewerkers verstaan.
- Voor toolboxmeetings kan gebruik gemaakt worden van de toolboxkaarten op www.beschermbewust.nl
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Medewerkers moeten tijdens de werkzaamheden persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen / spuitkleding / volgelaatsmasker) gebruiken zoals aangegeven op het etiket of bekijk de keuzetabel op: http://www.gewasbescherming.nl/site/keuzetabel_openteelt/index.html of op www.beschermbewust.nl
- Zorg er voor dat PBM zo vaak als nodig is vervangen worden.
- Het is belangrijk dat PBM altijd zorgvuldig worden schoongemaakt (of weggegooid) na gebruik. Zorg dat hiervoor een goede plek aanwezig is.
- Reinig al uw persoonlijke beschermingsmiddelen na gebruik grondig. Spoel masker, overall, laarzen en handschoenen af met lauw water en zeep.
Ook handschoenen na gebruik reinigen
- Controleer de ventielen van het masker op verontreinigingen, stugheid en op goed afsluiten.
- Vervang het masker tijdig.
- PBM mogen nooit worden opgeborgen in de gewasbeschermingsmiddelenplaats. Daar moet dus een aparte plek voor zijn.
- Vermijd te allen tijde huidcontact met gewasbeschermingsmiddelen. Gebeurt het per ongeluk toch dan moet de huid direct met schoon water gewassen worden.
- Eet, drink en rook niet tijdens of direct na het werk. Voorkom dat u middelen binnen krijgt!
- Kleed u na de werkzaamheden eerst om voordat u ander werk gaat doen.
Meer informatie
- de toelating van middelen: www.ctgb.nl
- www.beschermbewust.nl geeft informatie en hulpmiddelen voor werkgever en werknemers (de ‘Spuitbox’).
- veiligheidsinformatie van de middelen: www.fytostat.nl
- vakbekwaamheidbewijzen (licenties): www.erkenningen.nl
- keuzetabel PBM: http://www.gewasbescherming.nl/site/keuzetabel_openteelt/index.html
Let op: Ook vanuit milieuwetgeving gelden eisen. Naast zaken die hierboven al genoemd staan geldt dit bijvoorbeeld voor de opslag en het verwijderen van het afval (bijv. lege verpakkingen).

