Wielen en banden verwisselen

Checklist dagelijkse praktijk

  • Zorg voor een opgeruimde plek.
  • Gebruik een krik en assteunen die sterk genoeg en stabiel zijn.
  • Gebruik de beschikbare hulpmiddelen die het werk veiliger en lichter maken.
  • Draag tijdens het werken het pneumatisch gereedschap altijd gehoorkappen. Ook bij kortdurend gebruik.
  • Zet de bouten of moeren niet te vast bij het werken met pneumatisch gereedschap. Dit voorkomt beschadiging en breuk.
  • Draai de bouten en moeren altijd vast met een momentsleutel.
  • Denk ook bij het wegzetten van de wielen aan veiligheid. Zorg dat ze niet kunnen omvallen. Zie ook Opslag dubbelluchtwielen.
  • Houd bij het oppompen van banden voldoende afstand tot de band.
  • Bij banden met een druk tussen 2 en 5 bar: minimaal 2 meter afstand
  • Bij banden met een druk van meer dan 5 bar: minimaal 4 meter afstand of oppompen in een stalen kooi.
  • Leg wielen vast met een ketting, plaats ze in een rek of leg ze plat op de grond.

 

Het verwisselen van wielen is fysiek zwaar werk en brengt ook risico's met zich mee. Omdat de wielen zwaar en onstabiel zijn, kunnen ze op personen vallen. Bij het te hard oppompen van de banden bestaat explosiegevaar.

 

Wat is de gewenste situatie? (De norm)

  • Het wisselen van wielen en banden gebeurt veilig.
  • Er wordt niet te zwaar getild, geduwd en getrokken.
  • Bij het wisselen van wielen wordt gebruik gemaakt van hulpmiddelen of de werkzaamheden worden met meerdere personen uitgevoerd.

 

Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?

  • Maak gebruik van een hulpmiddel, bijvoorbeeld een wielheffer, wielenwisselaar of een heftruck. Zorg ervoor dat er zich geen personen bevinden tussen de heftruck en het wiel.
  • Verzeker u ervan dat de krik goed is geplaatst en steun de trekker tevens af met assteunen (extra veiligheid).
  • Leg wielen vast met een ketting, plaats ze in een rek of leg ze plat op de grond.
  • Gebruik een bandenvulmeter met een verlengde slang zodat men voldoende afstand kan houden bij het oppompen van de banden.

 

Toelichting op de maatregelen

 

Gereedschap en machines

 

Wielheffer


 

Tijdens het wisselen worden de wielen met een verstelbare stang gefixeerd. Het heffen en dalen van het wiel gaat erg nauwkeurig. Door de combinatie van handpomp en voetbediening en de toepassing van een dubbelwerkende cilinder kan het wiel exact op hoogte worden gebracht voor het aandraaien van de wielbouten of -moeren. Het wiel is daarbij draaibaar op de grote rollen van de wielheffer. Dankzij de grote zwenkwielen is de wielheffer compleet met wiel eenvoudig te verplaatsen. Hij is snel gedemonteerd om mee te nemen voor mobiel gebruik.

 

Wielenwisselaar voor tractoren en oogstmachines

 

Met de multi-purpose wielenwisselaar is het voor een persoon mogelijk om in tien minuten tijd volledig zelfstandig en zonder inspanning een zwaar wiel (tot 800 kg en een diameter van 1 tot 2,3 meter) te verwisselen. Het wiel wordt vastgeklemd door drie grijparmen op een open draaikrans, zodat het op een veilige en grotendeels geautomatiseerde manier kan worden vastgepakt.

 

Bandenhulpring

Monteer een bandenhulpring. Deze is geschikt voor trekkers met wielen die met bouten worden vastgezet, zonder doorlopende naaf waar het wiel op blijft hangen na het verwijderen van de bouten.

Opgelaste naaf bij trekkers die door middel van bouten dienen te worden vastgezet en weinig naaf hebben om het wiel eerst op te hangen voordat de bouten er ingedraaid kunnen worden.

 

 

Pneumatisch gereedschap

  •  Zorg voor goed pneumatisch gereedschap.

 

 Pneumatisch gereedschap (slagmoersleutel) verlicht de fysieke belasting bij het losdraaien en vastzetten van moeren en bouten. Let er wel op dat tijdens het werken met pneumatisch gereedschap (slagmoersleutel) schadelijk geluid ontstaat ( > 80 dB(A)). Draag tijdens het werken met pneumatisch gereedschap daarom altijd gehoorkappen.

 


Meer informatie

 

 

 

 

 

Checklist dagelijkse praktijk

  • Zorg voor een opgeruimde plek.
  • Gebruik een krik en assteunen die sterk genoeg en stabiel zijn.
  • Gebruik de beschikbare hulpmiddelen die het werk veiliger en lichter maken.
  • Draag tijdens het werken het pneumatisch gereedschap altijd gehoorkappen. Ook bij kortdurend gebruik.
  • Zet de bouten of moeren niet te vast bij het werken met pneumatisch gereedschap. Dit voorkomt beschadiging en breuk.
  • Draai de bouten en moeren altijd vast met een momentsleutel.
  • Denk ook bij het wegzetten van de wielen aan veiligheid. Zorg dat ze niet kunnen omvallen. Zie ook Opslag dubbelluchtwielen.
  • Houd bij het oppompen van banden voldoende afstand tot de band.
  • Bij banden met een druk tussen 2 en 5 bar: minimaal 2 meter afstand
  • Bij banden met een druk van meer dan 5 bar: minimaal 4 meter afstand of oppompen in een stalen kooi.
  • Leg wielen vast met een ketting, plaats ze in een rek of leg ze plat op de grond.