Vierwielige trekkers

Checklist dagelijkse praktijk

  • Controleer voor gebruik de vloeistofniveaus, wielbouten en -moeren, de aftakasbescherming en andere veiligheidsvoorzieningen.
  • Zorg voor goed zicht, dus schone ramen en spiegels.
  • Leg geen voorwerpen los in de cabine
  • Werk volgens de instructies en de afspraken die zijn gemaakt in het bedrijf.
  • Werk niet met loszittende kleding, lange loshangende haren, etc.
  • Bij storingen: schakel de trekker uit.
  • Gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Zorg dat je altijd een mobiele telefoon bij je hebt als je alleen werkt.  

 

Trekkers worden in combinatie met werktuigen ingezet voor verschillende werkzaamheden. Werkzaamheden in een normale moderne trekker met veiligheidscabine zijn relatief veilig, zo lang de chauffeur in de cabine blijft zitten en er geen mensen in de directe omgeving zijn. Gevaarlijke werkzaamheden zijn: het aankoppelen van werktuigen, deelname aan het verkeer en werken op taluds en hellingen. 

 
Deze spiegels zorgen voor goed zicht

Wat is de gewenste situatie? (De norm)

  • De werkplek en werkomgeving zijn zo veilig en gezond mogelijk.
  • De trekker is veilig en wordt conform de gebruikshandleiding gebruikt en onderhouden.
  • De medewerkers zijn voldoende deskundig en geïnstrueerd.
  • De leiding houdt toezicht op de gemaakte afspraken.

 

Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?

  • Werk met goed onderhouden machines, conform de bijgeleverde gebruikshandleiding.
  • Zorg dat de trekker is voorzien van een veiligheidscabine of een veiligheidsbeugel of -frame.
  • Zorg dat de kennis en ervaring van de medewerkers is afgestemd op de gevaren van de combinatie trekker - machine - omgeving.
  • Zorg voor toezicht op een veilige uitvoering van het werk.
  • Zorg dat jeugdige bestuurders (16- en 17-jarigen) een trekkerrijbewijs hebben. Stem de mate van toezicht af op de kennis en ervaring van de jeugdige en de gevaren van het werk.

 

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Zorg dat de trekker is voorzien van een veiligheidscabine, een veiligheidsframe of een veiligheidsbeugel om te voorkomen dat de bestuurder of bijrijder bij het kantelen of achteroverslaan van de trekker onder de trekker terecht komt.
  • Voorzie de zitplaatsen van veiligheidsgordels.
  • Zorg dat de trekker is voorzien van een laag aankoppelpunt voor getrokken werktuigen om het achteroverslaan te voorkomen.
  • Gebruik een aankoppelsysteem waarbij personen zich niet tussen de trekker en het werktuig hoeven te bevinden.
  • Zorg voor goede verlichting en goed zicht. Monteer eventueel extra spiegels of gebruik een camera met monitor. Kijk op  Achteruitrijden met trekkers en grote machines.
 

Foto: Foto:Camera

 

 

Gereedschap, machines en apparaten

  • Voor veilig gebruik van de topstang (bovenste verbindingsstang): zorg dat er in de centrale draadspindel aan beide zijden minimaal 5 cm draad aanwezig blijft. Voorzie hydraulische topstangen van een slangbreukbeveiliging of van afsluitkraan die bij transport dichtgezet wordt.
  • Onderhoud de trekker conform de gebruiksaanwijzing.
  • Laat de trekker periodiek keuren door een deskundige. Raadpleeg eventueel de leverancier.
  • Laat de trillingsdempende rubbers van de machine periodiek controleren. Vervang deze minimaal eens per vier jaar. Kijk ook eens in het rapport Maatregelen ter vermindering van de blootstelling aan trillingen
  • Bij storingen of onderhoud: schakel de trekker en de machine uit.
  • Zorg dat alle beweegbare delen van de hefinrichting soepel blijven draaien. Dat voorkomt ergernis bij aan- en afkoppelen.
  • Controleer dagelijks: de vloeistofniveaus, de wielbouten en moeren en andere delen die de veiligheid kunnen beïnvloeden.

 

Opleiding en instructie

  • Zorg voor een instructie over:
    • de gevaren voor de bestuurder en de personen in de omgeving van de (rijdende) trekker met machine of aanhangwagen, zoals het rijden met hoge snelheid en de effecten bij het nemen van bochten en drempels;
    • veiligheidsvoorschriften en veiligheidsmaatregelen;
    • niet toegestane handelingen;
    • onderhoud en hoe te handelen bij verstoppingen, storingen of schade. Kijk op Verstoppingen en storingen oplossen en machines onderhouden;
    • het instellen van de stoel.
  • Check of de chauffeur de instructie heeft begrepen.
  • Zorg dat jeugdige bestuurders (16- en 17-jarigen) een trekkerrijbewijs hebben. Stem de mate van toezicht af op de kennis en ervaring van de jeugdige en de gevaren van het werk (van steeksproefsgewijs toezicht tot intensief toezicht).

 

Zie bijlage voor uitgebreide instructie

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Gebruik gehoorbescherming bij meer dan 80 dB(A).
  • Draag veiligheidsschoeisel met stroeve zolen.
  • Draag werkhandschoenen.
  • Gebruik handschoenen bij aan- en afkoppelen.
  • Draag signaalkleding bij werken in de openbare ruimte.

 

Wat u verder nog moet weten

  • Laat een trekker niet in een afgesloten ruimte draaien. De uitlaatgassen zijn zeer schadelijk voor de gezondheid.
  • Verminder de blootstelling aan schokken en trillingen:
    • Stel bij aanschaf hoge eisen aan:
    • De ergonomie van de cabine.
    • Trillingsdemping, zoals stoeleigenschappen, vooras- en cabinevering, eigenschappen van de banden. Bespreek de norm waaraan een nieuwe machine moet voldoen. De dagelijks toegestane gebruiksduur is afhankelijk van het trillingsniveau.
    • Gebruik bij kippers en dumpers een kogeltrekhaak.
    • Zorg voor periodieke controle van trillingsdempende rubbers van de machine. Vervang deze minimaal vierjaarlijks.
    • Geef een instructie Instellen van de stoel.

 

Meer informatie

Wielen en banden verwisselen:
Opslag van (dubbellucht) wielen:
Zittend werk:

Werken op taluds en hellingen 

 

Figuur Trekker check

 

Bijlage 1  Instructie aan medewerkers

  • Geef medewerkers de instructie dat ze bij het aankoppelen van machines:
    • Werken op een vlakke verharde vloer.
    • Voor de hef- en daalbeweging altijd de positieregeling van de hefinrichting gebruiken(zie gebruikshandleiding).
    • Nooit een hefinrichting bedienen als er iemand tussen de trekker en het werktuig staat.
    • Altijd naast de trekker of het werktuig gaan staan.
    • Vòòr transport over de weg de stabilisatie vastzetten, anders kan het werktuig zijdelings uitzwaaien.
    • Hydraulische slangen en elektrische snoeren dusdanig ophangen dat zij niet bekneld kunnen raken.
    • Goede en passende borgmaterialen gebruiken; geen kromgebogen spijkers of ijzerdraad.
    • De mechanische of hydraulische topstang borgen.
    • Zorgen dat de lengte van de aftaktussenas afgestemd is op de trekker/werktuigcombinatie. Dit kan per combinatie verschillen. Een onjuiste lengte kan beschadigingen veroorzaken aan de aandrijfassen van de trekker en het werktuig, de kruiskoppelingen van de tussenas en de afscherming van de tussenas.  
    • De motor van de trekker afzetten vòòr het aankoppelen van de aftaktussenas. Bij de meeste trekkers is de aftakasstomp dan met de hand draaibaar.
    • Vòòr het afkoppelen van de hydrauliekslangen zorgen dat het systeem in ruststand is, zodat de druk van de slangen af is.

 

  • Geef medewerkers de instructie dat zij:
    • Geen voorwerpen los in de cabine laten liggen, het is gevaarlijk bij plotseling remmen of werken op een helling.
    • De rijsnelheid aanpassen aan de omstandigheden. Zowel in het terrein als op de weg. Denk daarbij vooral aan kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers.

 

  • Bij het verlaten van de trekker:
    • De motor afzetten.
    • De bedrijfsrem aantrekken.
    • De contactsleutel verwijderen.
    • Niet van de machine springen, maar de treden gebruiken.

 

Checklist dagelijkse praktijk

  • Controleer voor gebruik de vloeistofniveaus, wielbouten en -moeren, de aftakasbescherming en andere veiligheidsvoorzieningen.
  • Zorg voor goed zicht, dus schone ramen en spiegels.
  • Leg geen voorwerpen los in de cabine
  • Werk volgens de instructies en de afspraken die zijn gemaakt in het bedrijf.
  • Werk niet met loszittende kleding, lange loshangende haren, etc.
  • Bij storingen: schakel de trekker uit.
  • Gebruik de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Zorg dat je altijd een mobiele telefoon bij je hebt als je alleen werkt.