Werken langs de weg

Checklist dagelijkse praktijk

  • Voer alleen die werkzaamheden uit waarvoor je opgeleid bent.
  • Zorg voor voldoende veilige ruimte achter de langsafzetting en achter het nulpunt.
  • Voer de afgesproken maatregelen op tijd uit.
  • Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Als de afgesproken veiligheidsvoorzieningen niet in orde zijn: neem direct contact op met de leidinggevende.
  • Verplaats je in de weggebruiker en bedenk of de boodschap duidelijk overkomt.
  • Zorg dat de actiematerialen om verkeersdeelnemers te informeren schoon, goed zichtbaar en correct geplaatst zijn (rechtop en haaks ten opzichte van de wegas).
  • Gebruik geen afzetlinten. Afzetlinten zijn niet effectief. Deze worden in de praktijk vaak genegeerd, men loopt er onderdoor of rijdt er doorheen.
  • Laat actiematerialen nooit onnodig staan.
  • Zorg dat je altijd een mobiele telefoon bij je hebt als je alleen werkt.

Werken in de openbare ruimte kan gevaarlijk zijn. Mogelijke maatregelen zijn: markeren, afzetten of afsluiten. Verschillende partijen zijn verantwoordelijk voor de veiligheid: de opdrachtgever, de wegbeheerder, de aannemer of uitvoerend bedrijf en de medewerker. Voor het realiseren van een veilige werkplek en omgeving zijn goede afspraken tussen de verschillende partijen nodig.

 

Wat is de gewenste situatie? (De norm)

  • De werkplek is zo veilig mogelijk. Voor de medewerkers en voor derden in de omgeving van de werkplek.

 

Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?

  • Inventariseer vooraf met de wegbeheerder de risico's en maak afspraken over de maatregelen en de uitvoering daarvan.
  • Volg de richtlijnen van kennisplatform CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en verkeerstechniek). Zie publicaties 96a en 96b
  • Draag altijd schone signaalkleding en veiligheidsschoeisel.
  • Gebruik, afhankelijk van het werk, ook andere persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Zorg dat alle medewerkers die langs de weg werken daar een specifieke opleiding voor hebben gehad.

 

Toelichting op de maatregelen

Organisatie en voorbereiding

  • Inventariseer vooraf de specifieke gevaren die het gevolg zullen zijn van de werkzaamheden. Laat een deskundige bepalen welke verkeersmaatregelen genomen moeten worden, ook bij kortdurende werkzaamheden.
  • Regel ook het toezicht op de handhaving van de verkeersmaatregelen. Dit kan worden uitbesteed aan gespecialiseerde bedrijven.
  • Zorg voor communicatiemiddelen (mobiele telefoon) als er veel alleen gewerkt wordt.

 

Gereedschap, machines en apparaten

  • Zorg voor goed onderhouden machines met een veilige techniek (denk aan wegvliegend materiaal bij maaien) en passende capaciteit.
  • Voer binnen een statische afzetting geen zwaailamp. De zwaailamp kan wel worden gevoerd bij het in en uit het werkvak rijden.
  • Voer bij normale deelname aan het verkeer geen zwaailamp, tenzij het voertuig breder is dan 2,6 meter.

 

Opleiding en instructie

  • Laat betrokkenen de cursus Veilig werken langs de weg volgen. Deze verplichting is vastgelegd in de cao LEO.
  • Bespreek de veiligheidsmaatregelen en bijzondere maatregelen voor aanvang van het werk met de medewerkers.

 

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Zorg voor schone signaalkleding en veiligheidsschoeisel.
  • Stel, indien nodig, gehoorbescherming beschikbaar (bij meer dan 80 decibel) en werkhandschoenen en oog- of gelaatsbescherming, eventueel in combinatie met een helm.

Checklist dagelijkse praktijk

  • Voer alleen die werkzaamheden uit waarvoor je opgeleid bent.
  • Zorg voor voldoende veilige ruimte achter de langsafzetting en achter het nulpunt.
  • Voer de afgesproken maatregelen op tijd uit.
  • Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Als de afgesproken veiligheidsvoorzieningen niet in orde zijn: neem direct contact op met de leidinggevende.
  • Verplaats je in de weggebruiker en bedenk of de boodschap duidelijk overkomt.
  • Zorg dat de actiematerialen om verkeersdeelnemers te informeren schoon, goed zichtbaar en correct geplaatst zijn (rechtop en haaks ten opzichte van de wegas).
  • Gebruik geen afzetlinten. Afzetlinten zijn niet effectief. Deze worden in de praktijk vaak genegeerd, men loopt er onderdoor of rijdt er doorheen.
  • Laat actiematerialen nooit onnodig staan.
  • Zorg dat je altijd een mobiele telefoon bij je hebt als je alleen werkt.