Werken op taluds en hellingen

Checklist dagelijkse praktijk

  • Werk volgens de instructies en afspraken die in het bedrijf zijn gemaakt.
  • Houd rekening met verkeer en derden in de omgeving.
  • Rij de machine bij een storing eerst naar een vlak gedeelte. Zet daarna de motor af.
  • Meld een storing aan de leidinggevende. Gebruik een gevaarlijke machine niet meer.
  • Bij het verlaten van de machine: zet deze, zo mogelijk, op een vlak deel, gebruik de handrem en haal de contactsleutel eruit.

Werken op taluds en hellingen brengt gevaren met zich mee. Als de machine kantelt of wegglijdt, kan de chauffeur bekneld raken of in het water terecht komen. Langdurig werken op een talud of helling kan zorgen voor een scheve houding in de machine. Dit kan lichamelijk belastend zijn voor de chauffeur.

 

Wat is de gewenste situatie? (De norm)

  • De machine kantelt niet en glijdt niet weg.
  • De chauffeur krijgt geen gezondheidsklachten door het werken in een scheve houding.

 

Welke maatregelen moet ik daarvoor treffen?

  • Werk met een CE gemarkeerde machine, inclusief documentatie en gebruikshandleiding.
  • Laat bij een machine van voor 1995 een machineveiligheidsbeoordeling uitvoeren door een deskundige. 
  • Zorg voor een veilige werkmethode en gebruik de juiste machine. 
  • Werk bij voorkeur vanaf het vlakke deel boven of onder de helling.
  • Stem de kennis en ervaring van medewerkers af op de gevaren van de omgeving en het werk. 

Toelichting op de maatregelen

 

Organisatie en voorbereiding

  • Beoordeel vooraf hoe het werk op het talud of helling veilig kan plaatsvinden. Bespreek de bijzonderheden met de betrokkenen.
  • Kies een werkmethode waarbij de risico's voor de medewerker(s) en de omgeving beheersbaar zijn. Raadpleeg Veiligheid bij werken langs de weg.
  • Werk bij voorkeur vanaf het vlakke deel boven of onder de helling. Dit voorkomt een scheve houding. Houd rekening met de bodemgesteldheid van het vlakke deel.
  • Als het werk niet vanaf het vlakke deel boven of onder de helling gedaan kan worden: houd dan rekening met:
  •  
    • de hellingshoek (deze hangt af van de techniek en de hieronder genoemde factoren)
    • de bodemgesteldheid
    • de draagkracht van de bodem
    • kuilen en gaten en andere obstakels
    • vochtigheid (bij natte bodem bestaat een grote kans op glijden)
    • de begroeiing
    • de weersgesteldheid en de weersverwachting
    • de situatie onder aan de helling (verkeer, (on)diep water)
  • Hef storingen pas op als de machine vlak staat. Zie ook Opheffen van storingen aan machines.

 

Gereedschap, machines en apparaten

  • Werk bij maaiwerkzaamheden die niet vanaf het vlakke deel gedaan kunnen worden met:
    • een op afstand bestuurbare maaier
    • of: een vierwielige trekker met laag zwaartepunt
    • of: een tweewielige trekker

 

 

  veiligheid fysieke belasting werksnelheid
op afstand bestuurbare maaier ++ + -
vierwielige trekker met laag zwaartepunt +/- +/- ++
tweewielige trekker +/- - +/-

Overzicht van ingeschatte scores m.b.t. veiligheid, fysieke belasting en werksnelheid bij drie maaitechnieken op taluds

 

 
Tweewielige trekker met speciale noppen voor taluds

 

 
Trekker met laag zwaartepunt

 


 

Op afstand bestuurbare maaier

 

 

 

Opleiding en instructie

  • Zorg dat de bediener voldoende deskundig is en een aantoonbare instructie heeft ontvangen.
  • Bespreek ongevallen en bijna-ongevallen die in het bedrijf of in de sector hebben plaatsgevonden bij het werken op taluds of hellingen.

 

Wat u verder nog moet weten

  • Naast het gevaar van kantelen of uitglijden van de machine of trekker, zorgt het lopen of rijden op talud voor een hogere lichamelijke belasting door scheef zitten of lopen. Ook daarom is het aan te bevelen om zoveel mogelijk vanaf de vlakke delen te werken. 

 

Meer informatie

Veilig werken met tweewielige trekkers
Veilig werken met vierwielige trekker

 

 

 

 

Checklist dagelijkse praktijk

  • Werk volgens de instructies en afspraken die in het bedrijf zijn gemaakt.
  • Houd rekening met verkeer en derden in de omgeving.
  • Rij de machine bij een storing eerst naar een vlak gedeelte. Zet daarna de motor af.
  • Meld een storing aan de leidinggevende. Gebruik een gevaarlijke machine niet meer.
  • Bij het verlaten van de machine: zet deze, zo mogelijk, op een vlak deel, gebruik de handrem en haal de contactsleutel eruit.